Wanenstorm

Wij lezen hoe Timothy Rogers probeert hoop te houden, panisch in een lange nacht, in een storm van lawaai, donkere mist en dreigende beelden, een nacht als een foltering die maar niet over wil gaan. Alleen de hel is erger. Een wrede Satan komt vragen stellen waar hij nog angstiger door wordt. Wanhopig zoekt hij de God die hem kan helpen, maar God is zijn vijand geworden, God is als een brullende leeuw die hem probeert te vernietigen en te verbranden – ‘he is not with me there’. Dit was ook in de tijd waarin hij aan de hemel de zon niet meer zag schijnen. Omdat hij het zelf had meegemaakt en dan vaak niets anders kon doen dan wachten tot de nachtmerrie voorbij was, vraagt Rogers begrip voor al degenen die het vertrouwen in God hebben verloren. Het heeft geen zin ze dan toch aan het Woord te herinneren, want zij zullen het niet kunnen horen. Weet dat het in zo’n toestand niet makkelijk is helder te blijven denken. En bovendien is God niet altijd aardig. Rogers neemt geen blad voor de mond: God is ook een vernietigende kracht, met zijn gezicht in donkere wolken gehuld. ‘It is a terrible thing to fall in the hands of the living God’.