Hallucinogene experimenten

De magiër van Napels, Giovanni Battista della Porta, had een alle grenzen tussen wetenschap en sensatiezucht vervagende belangstelling voor visioenen, dromen en hysterische aanvallen. Zijn experiment met de vrouw die zich met heksenzalf had ingesmeerd om in haar luchtreis bespied te worden was slechts één uit vele, waarin Della Porta probeerde de duistere diepten van de menselijke ziel naar het zichtbare te toveren. Hij experimenteerde met hallucinogene brouwsels en zalven, belladonna en dollekruid, doornappelzaad, mandragora en bilzekruid, soms vermengd met menstruatiebloed, gemalen hazenhersenen en andere organen. In zijn Magia naturalis vertelt hij hoe hijzelf en zijn vrienden dromen opriepen en de meest heerlijke en afschuwelijke visioenen. Zijn dienaren en dienstmeisjes vertoonden, volgegoten met toverdranken en gestimuleerd door lachende toeschouwers, hun excessieve deliria met wanen, stuipen en onbedaarlijke lachbuien – ‘er bestaat niets leukers dan naar zo’n schouwspel te kijken’. Della Porta stelt de lezer gerust: na een paar uur slaap is de gekte meestal weer voorbij. Alleen met enkele kruiden en wortels moet men voorzichtig zijn want zij veroorzaken wanen die drie dagen aanhouden, en als men er teveel van neemt kunnen ze dodelijk zijn.