Auteur


pasfoto170x277

Marius Engelbrecht:

Oorspronkelijk studeerde ik geschiedenis en enkele jaren psychologie. De belangstelling voor psychologie, het onbewuste, Freud en Jung, de binnenwegen van de menselijke geest, maakte dat ik dit boek wilde schrijven. Maar ook de verwondering hoe verschillend culturen over deze onderwerpen kunnen denken. Wat in de ene cultuur hysterie genoemd wordt, is in de andere een van de voorwaarden om een goede medicijnman of -vrouw te worden, of juist om als heks verdacht te zijn, of als slachtoffer van demonen aan uitbanningsrituelen blootgesteld te worden.

Nu, dat vond ik spannend, en vooral: hoe komen culturen ertoe om zo te denken als ze doen? En vervolgens vond ik in de zestiende en zeventiende eeuw in Europa een spectaculaire overgang van meer mythisch en magisch denken naar een soort van wetenschappelijk denken, dat langzaamaan, in zo’n dikke honderd jaar tijd, op onze moderne manier van interpreteren gaat lijken, op onze moderne psychologie. Het heilige en het demonische, het magische, medische én wetenschappelijke, in enkele generaties tijd, fel bediscussieerd en bevochten. Met als uitkomst ons modern-westerse mensbeeld. Die overgang, die cultuurstrijd, wilde ik volgen.

Overigens heb ik er bewust voor gekozen niet op voorhand de moderne interpretaties als de betere te zien, maar juist verschillende denkbeelden, verschillende psychologieën, in hun waarde te laten. Wat leren ze ons? Zelfs als ze niet meer in onze tijd serieus worden genomen, hoe zitten ze in elkaar, welke verborgen uitgangspunten zitten erin verankerd, wat gaf het de mensen die er bewust of onbewust mee leefden? Ook onze moderne visie blijkt dan helemaal niet zo vanzelfsprekend te zijn, blijkt net zo goed een constructie te zijn met weliswaar ook wetenschappelijk bewezen elementen, maar evengoed culturele keuzes die echt niet allemaal vanzelfsprekend zijn. Zo heb ik geprobeerd mensbeelden als verschillende perspectieven naast elkaar en door elkaar tot leven te laten komen.

In mijn beroep ben ik niet in de wetenschappelijke wereld gebleven, hoewel ik goede herinneringen aan mijn tijd op verschillende universiteiten heb, maar ik wilde in de eerste plaats met mensen werken. Daarom ben ik de kant van therapie en training opgegaan, eerst als hypnotherapeut en daarna vooral als trainer persoonlijke ontwikkeling en stemexpressie . In dit werk heb ik mij overigens ook laten inspireren door de ideeën en methoden die ik in dit boek beschrijf, want sommige zijn weliswaar doodeng en gelukkig in het grootste deel van de wereld voorbij (zoals de heksenangst), maar andere zijn prachtig en universeel toe te passen, of je nu in de Renaissance leeft of nu. Zoals de psychologie van hoofd, hart en buik en de ‘wonderbaarlijke oervormen’ die onder bewuste emoties en gedachten verborgen zijn – inzichten die ik nooit uit mijn eigen tijd had kunnen halen.

In 2011 ben ik op dit onderzoek gepromoveerd, aan de faculteit Geesteswetenschappen van de universiteit Utrecht.

Promotoren waren Floris Cohen en Willem Frijhoff.